Yakult gebruikt cookies op zijn websites voor analytische doeleinden én om uw gebruikersinstellingen en voorkeuren te onthouden voor volgende bezoeken aan onze websites. Indien u onze websites blijft bezoeken aanvaardt u het gebruik van deze cookies, zoals beschreven in onze privacyverklaring. Ok

De Fermentie, een eeuwenoud proces.

Om voedingsmiddelen langer te kunnen bewaren doen we reeds eeuwen lang beroep op bacteriën. Maar het was pas in de 17de eeuw dat men had ontdekt dat bacteriën noodzakelijk waren voor het bewaringsproces dat we vandaag “fermentatie” noemen. Antoine van Leeuwenhoek, de uitvinder van de microscoop was de eerste die bacteriën kon “zien”, in 1678. Hij ontdekte ook dat sommige bacteriën de oorzaak waren van het  bederven van voedsel waardoor het ongeschikt werd voor consumptie.  In 1863 stelde Louis Pasteur het pasteurisatie proces op punt. Bij pasteurisatie worden de bacteriën vernietigd die verantwoordelijk zijn voor het bederven van voedingsmiddelen.

Niet veel later, in 1873, slaagde Joseph Lister erin om bacteriën te isoleren die kan gebruikt worden om melk langer te bewaren. Deze bacteriën noemde men aanvankelijk melkbacteriën.  Nadien werden deze melkzuurbacteriën genoemd omdat men had begrepen dat ze de suiker in melk, lactose, omzetten in melkzuur (verantwoordelijk voor het langer bewaren van voedingsmiddelen). Gefermenteerde melk (yoghurt, kazen…) worden gemaakt met melkzuurbacteriën.

Elie Metchnikoff, een Russisch microbioloog, opperde in de jaren 1900 dat bepaalde bacteriën een positief effect konden hebben op de gezondheid. Hij bestudeerde een groep Bulgaarse plattelandsbewoners die de gewoonte hadden om gefermenteerde melk te drinken. In 1907 publiceerde hij zijn theorie hierover ‘longevity without aging’.