Het 物語 achter Japanse tekens

Het Japanse schrift bestaat uit drie verschillende alfabetten die samen de Japanse taal vormenDe oorsprong van de Japanse schrifttekens vinden we in de Chinese cultuur. Door het welzijn van China en de goede contacten hiermee, namen de Japanners delen van het Chinese schrift over en zo werd het ‘Kanji’ geboren.

Kanji

Het eerst schrift van de Japanse taal is meteen ook het moeilijkste. Kanji zijn pictogrammen die een woord een betekenis geven en ze lijken sterk op Chinese tekens, aangezien ze hun oorsprong vinden in de Chinese cultuur. Uit deze Kanji ontstonden de twee andere schriften. De Chinese tekens waren heel gecompliceerd, dus nam Japan deze over om ze daarna te vereenvoudigen. De orale Japanse taal had maar een gelimiteerd aantal lettergrepen en dus moesten ze maar net zoveel tekens overnemen om deze lettergrepen uit te kunnen schrijven.  

De vrouwen maakten van deze tekens het Hiragana en de mannen maakten er Katakana van.

Kana

De andere Japanse schriften worden dus Hiragana en Katakana genoemd, ook wel Kana samen. Dit zijn lettergrepenschriften, wat wil zeggen dat ze een vast aantal tekens hebben en maar één uitspraak per teken. Met deze tekens zouden alle woorden van de Japanse taal gevormd kunnen worden. Het zijn vereenvoudigingen van de Kanji-tekens.  

Waar het Hiragana gebruikt wordt om werkwoorden te vervoegen en grammatica aan te geven, wordt Katakana gebruikt om leenwoorden te kunnen schrijven. Het Hiragana kenmerkt zich door simpele en ronde vormen, het Katakana is daarentegen hoekiger.  

De drie schriften worden de dag van vandaag door elkaar heen gebruikt. Ook al kan je een volledige tekst lezen met Hiragana en Katakana, het Kanji zorgt ervoor dat het ook aangenaam wordt om de tekst te lezen, wantanderszouheterzouitzien.