Ons dieet voedt ook onze microbiota

De voedingsstoffen uit ons dieet geven niet alleen ons lichaam energie en helpen bij de normale werking, maar ze voeden ook onze microbiota. We leggen uit hoe: 

Vezels

Bevolkingen met een vezelrijk dieet hebben een rijke en gevarieerde darmmicrobiota: veel van de vezels die we opnemen, worden immers als voeding gebruikt door de micro-organismen van onze darmen. Een vezelarme voeding kan ertoe leiden dat deze micro-organismen op zoek gaan naar andere vormen van voeding. Zo kunnen bepaalde soorten zich bijvoorbeeld voeden met de ‘glycoproteïnen’ die ze vinden in ons darmslijmvlies. Dit kan echter leiden tot een verminderd beschermend effect in de darm, wat op zijn beurt kan leiden tot meer ontstekingen door de aanwezigheid van pathogene bacteriën – zoals werd vastgesteld in proeven op dieren. 

Vezelarme voeding betekent ook een lagere productie van korte-keten vetzuren (KKVZ) door de microbiota. Dit willen we vermijden, want deze zuren hebben heel wat gunstige effecten (gezondheid van de darmcel, het op peil houden van de bloedcholesterol, mogelijk effect tegen ontstekingen) en ze spelen ook een rol in de communicatie tussen darmen en hersenen. 

Eiwitten

Net zoals vezels kunnen ook eiwitten dienst doen als voeding voor de micro-organismen van de darmen. De microbiota gebruikt de enkelvoudige aminozuren, waaruit eiwitten zijn samengesteld en transformeert ze waardoor ze worden gebruikt in de productie van verschillende stoffen, wat een effect kan hebben op het menselijk organisme. Sommige zijn gunstig, zoals bepaalde stoffen die worden geproduceerd door de darmmicrobiota door de transformatie van het aminozuur tryptofaan en die een mogelijk beschermende en ontstekingsremmende werking zouden hebben. 

Andere effecten zijn dan weer ongunstig, zoals bij het aminozuur carnitine. Eerst wordt het getransformeerd door de microbiota en dan door de lever om de stof trimethylamine N-oxide (TMAO) te vormen, waarvan een hoog niveau in het bloed werd gelinkt aan een hoger risico van cardiovasculaire aandoeningen. Carnitine, waaruit deze stof wordt gegenereerd, wordt hoofdzakelijk gevonden in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong – vooral rundvlees – terwijl het niet echt aanwezig is in voeding van plantaardige oorsprong, waarvan het belang al werd aangehaald in verband met vezels. 

Vetten

Verzadigde vetten kunnen ontstekingen in het lichaam in de hand werken, in tegenstelling tot onverzadigde vetten die meestal ontstekingsremmend zijn. Bovendien is de darmmicrobiota niet goed voorbereid om energie te halen uit vetten en een vetrijk dieet heeft een aangetoonde negatieve invloed op onze darmmicrobiota doordat ze de diversiteit en samenstelling van de microben wijzigen. Deze impact gaat tot wijzigingen van de structuur en activiteit van de bacteriën, wat de darmbarrière schaadt die ons lichaam beschermt tegen microben die ziektes veroorzaken of schadelijke stoffen vormen. 

Polyfenolen

Levensmiddelen die polyfenolen bevatten zijn fruit, granen, groenten, koffie en wijn. De meeste polyfenolen blijven tijdens de spijsvertering ongewijzigd en bereiken de darm waar ze worden omgezet door de darmmicrobiota. Hierdoor kunnen ze beter beschikbaar zijn voor het lichaam of worden ze gebruikt als voedsel voor bepaalde bacteriën. De inname van polyfenolen komt overeen met een toename van lactobacillen en bifidobacteriën. 

Polyfenolen staan bekend om hun ontstekingsremmende en antioxiderende eigenschappen en hun gezondheidsvoordelen omvatten de preventie van een brede waaier van chronische aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten en obesitas.